Je kan het dak op

Wereldwijd zullen in 2030 maar liefst 5 miljard mensen in steden wonen. Hoge torens en flats bouwen is een oplossing, maar nog beter: benut de ruimte op bestaande daken.

Anders Berenssons concept van de Klarastaden (heldere steden) voor Stockholm.

Stelt u zich de stad eens voor als een soort hamsterhok. Een plek waar we niet alleen op de vloer rondscharrelen, maar ook via trappetjes, tunneltjes en buizen de oversteek maken van het ene naar het andere dakterras. Als het aan architecten als Winy Maas of Anders Berensson ligt, gaan steden die nu met ruimtegebrek kampen er in de toekomst zo uitzien. Zij dromen van een aantrekkelijke en goed bereikbare ‘bovenstad’, met woningen of zelfs hele wijkjes boven op de gebouwen die er al stonden. Met terrassen, parken, zwembaden en sportvelden op grote hoogte. En daartussen luchtbruggen voor voetgangers, verheven boven verkeersdrukte, lawaai en uitlaatgassen.

De Zweedse architect Anders Berensson (36) muntte het concept Klarastaden (heldere steden). Om meer ruimte te maken in het populaire gebied rondom het centraal station van Stockholm, ontwierp hij een compleet nieuw stuk stad, bestaand uit smalle woontorens met kleine parkjes op het dak. Die parkjes worden met elkaar verbonden door bruggen, zodat mensen een luchtwandeling kunnen maken in een compleet groene omgeving. Berensson schetst een idyllisch beeld van werknemers uit de gebouwen beneden, die er een frisse neus halen in hun lunchpauze, en van ouders die er met hun kinderen spelen en picknicken. ‘Het is er een stuk rustiger, groener en veiliger dan beneden’, vertelt hij. Voor hem is het zo klaar als een klontje dat we meer gebruik gaan maken van daken. ‘We hebben simpelweg iedere vierkante meter nodig om onze steden te verdichten. De daken zijn nog vrij, we zouden wel gek zijn ze niet te gebruiken. Als je het veilig doet, zijn er alleen maar voordelen. Het is een geweldige aanvulling op de bestaande stad.’

Architect Stephane Malka bouwde in Parijs nieuwe woningunits over bestaande huizen.

Menselijke stad Dat vindt de Nederlandse architect Winy Maas (58) ook. Hij loopt over van de ideeën voor Rotterdam, de stad waar zijn bureau, MVRDV, gevestigd is. Hij droomt van een netwerk van publieke daken, die vanaf de straat toegankelijk zijn. ‘Het draait om de toegankelijkheid’, zegt hij. ‘Je wilt geen onpersoonlijke, hoge torens waar je in een lift naar boven verdwijnt. Je wilt een menselijke stad, waar je de aangename plekken kunt zíén en meteen snapt hoe je er komt.’ Om die reden vindt hij het voortbouwen op daken beter dan bestaande bouw vervangen door hogere torens. ‘Je ziet wat dat in Aziatische metropolen doet. Alleen maar torens! De menselijke schaal ontbreekt.’

Rotterdam is een stad die zich bij uitstek leent voor het optoppen. De stad is na het bombardement opnieuw opgebouwd, met kloeke, modernistische gebouwen, samen goed voor één vierkante kilometer plat dak. Het zijn bovendien gebouwen met een dusdanige massa en constructie dat ze nog wel een paar extra lagen kunnen dragen.

Om meer mensen te laten zien wat er allemaal mogelijk is met dat daklandschap, organiseren Joep Klabbers (47) en Léon van Geest (46) de Rotterdamse Dakendagen. Winy Maas is een van de bestuursleden. Hij heeft al veel Rotterdammers enthousiast gekregen voor daken. Vorig jaar plantte hij De Trap, op het plein voor het Centraal Station, die daar een maand lang bleef staan. Wie alle 140 treden beklom, werd beloond met een prachtig uitzicht over de stad vanaf het dak van het Groothandelsgebouw. Als het aan Maas ligt, komt er zo gauw mogelijk een permanente (rol)trap.

Tijdens de Rotterdamse Dakendagen houden zo’n dertig gebouwen, van parkeergarages en bedrijfstorens tot particuliere woningen met dakterrassen, volgend weekend ‘open dak’. Klabbers: ‘Met de eerste twee edities van de Dakendagen hebben we de mogelijkheden verkend. Er werd geborreld op het dak, gedanst en gefantaseerd. Dit jaar maken we de stap naar concrete ontwerpen. Wij willen het dak bekijken als een nieuw landschap, waarop we kunnen voortbouwen.’

De Karel Doorman: 70 meter hoog woongebouw met 114 appartementen op een bestaand gebouw in Rotterdam.

Door niets weg te halen, alleen toe te voegen, wordt bovendien de stadsgeschiedenis gecultiveerd, wat Winy Maas toejuicht. Wat dat betekent ervaart beeldend kunstenaar Jos Looise (63) elke dag. Hij woont met zijn vrouw, Beatrijs Tolk (72), in een penthouse boven op een oud pakhuis in Rotterdam. Sint Jobsveem, zoals het pand heet, is in 2007 tot woongebouw getransformeerd en kreeg een dakopbouw. ‘Als ik beneden de lift neem, zit ik in de pakhuissfeer, met de oude muren, dikke vloerbalken en gietijzeren kolommen. Als ik boven uitstap, kom ik terecht in strakke, moderne architectuur, met een zee aan licht en uitzicht.’ Vanaf hun dakterras kijken ze over de Maas uit, bij helder weer kunnen ze zelfs Delft en Den Haag zien liggen. ‘Je kunt het weer zien aankomen. Dat vind ik nog elke dag fantastisch.’

Zwam in de goot

Toch is bouwen op daken in de praktijk vaak moeilijk. Vastgoedeigenaren maken zich zorgen over zaken als elektriciteit, riolering, brandveiligheid en vluchtwegen. Looise geeft toe dat zich in die tien jaar dat hij in zijn penthouse in Sint Jobsveem woont, verschillende ‘probleempjes’ hebben voorgedaan. ‘Je hebt met een oud pand te maken, een Rijksmonument van ruim honderd jaar oud in dit geval. Een paar jaar geleden is in de balkenconstructie van de goot zwam geconstateerd, waarschijnlijk ontstaan doordat de goot tijdens de renovatie is afgesloten. De balkenconstructie moest vernieuwd worden. En om de klassieke vorm van het monument te waarborgen, zelfs helemaal worden nagemaakt.’

‘Er zijn uitdagingen, ja’, zegt Klabbers. ‘Ze vragen om creatieve oplossingen, zoals circulair bouwen. Vastgoedeigenaren moeten gaan inzien: ik kan meer vierkante meters verhuren, en dus geld verdienen. Oké, soms moeten er kosten worden gemaakt voor de constructie, maar die kun je wegstrepen tegen de grondkosten die je anders kwijt zou zijn.’

Wie iets wil neerzetten boven op een bestaand gebouw, heeft te maken met de eigenaar van het dak. Hoe gaat een eventuele winstverdeling er dan uitzien? ‘Daar zijn nog geen modellen voor’, zegt Klabbers. ‘Bouwen op daken is gedoe. Het is nog nauwelijks gedaan, we moeten alles nog uitvinden, een kadaster van de bovenstad bestaat nog niet. Maar dat maakt het juist zo spannend. Het is een prachtige manier om de stad leuker, aangenamer en toekomstbestendiger te maken. Ontwikkelaars zouden hun vingers erbij af moeten likken.’

#rotterdam #bestaandedaken #luchtwandeling #dakendagen #bovenstad

  • Black LinkedIn Icon
  • Facebook Basic Black
Er zijn nog geen tags.
Search By Tags
Follow "THIS JUST IN"
Who's Behind The Blog
Recommanded Reading

Onze partners

iwbi-gray-logo
progam-300x136